Apotheek

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
De balie van een apotheek
Vijzel met medicijnkast op de achtergrond

Apotheek is de naam van de plek waar men medicijnen verkoopt en (tegenwoordig steeds minder) vervaardigt. Het woord apotheek komt uit het Grieks en betekent 'bergplaats'. Het werd vroeger gebruikt voor de ruimte (apotheca) in een klooster waar de geneeskrachtige kruiden werden bewaard. Tot ca begin 1900 combineerde een arts dikwijls het beroep van apotheker. De opleiding aan de universiteiten was toen overigens grotendeels gelijklopend. De opleidingen zijn uit elkaar gegroeid door de enorme toename van kennis over het functioneren van het menselijk lichaam (artsen) en de komst van patentgeneesmiddelen (apothekers). Patentgeneesmiddelen zijn geneesmiddelen die steeds vaker synthetisch gemaakt worden en niet meer uit de natuur afkomstig zijn (zie bijvoorbeeld Aspirine dat oorspronkelijk afkomstig is uit wilgenbast). De Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP) is de beroeps- en brancheorganisatie van Nederlandse apothekers.

Inhoud

[bewerken] Algemeen

Een apotheek heeft tot taak medicijnen die door artsen worden voorgeschreven aan de patiënten te verstrekken. Ook medicijnen die zonder voorschrift te verkrijgen zijn, worden door de apotheek afgeleverd. Deze geneesmiddelen heten zelfzorggeneesmiddelen (ook wel: OTC-geneesmiddelen; Over The Counter). Omwille van de volksgezondheid mogen deze middelen slechts worden verstrekt door personeel dat hiervoor een opleiding heeft gevolgd. Een apotheker kent de toepassing, de wijze van gebruik van de middelen die hij of zij verstrekt en de mogelijke risico's van het gebruik van het middel in combinatie met andere middelen (die soms door andere artsen aan dezelfde patiënt zijn voorgeschreven), bekend als wisselwerking.

Apothekers zijn ook de deskundigen bij uitstek op het gebied van bijwerkingen en het gebruik tijdens zwangerschap of borstvoeding. Meestal verkoopt men in een apotheek ook dermatologische cosmetica, homeopathische middelen, fytotherapeutica, medische hulpmiddelen voor thuiszorg etcetera.

[bewerken] Soorten apotheken

Er bestaan 2 verschillende soorten apotheken. De apotheken die medicatie en medische hulpmiddelen leveren aan patiënten in het ziekenhuis (intramurale zorg) en de apotheken die leveren aan patiënten buiten het ziekenhuis (extramurale zorg).

Intramurale farmaceutische zorg:

  • De ziekenhuisapotheek - voor bereiding en aflevering aan patiënten in een ziekenhuis. De geleverde artikelen kunnen verschillen van de in de extramurale zorg en de kosten worden betaald uit het ziekenhuis budget (DBC).

Extramurale farmaceutisch zorg:

  • De openbare of officiene apotheek - de normale stads- of dorpsapotheek.
  • De dienstapotheek - een openbare apotheek die alleen tijdens de avond, nacht en in het weekend open is.
  • De transmurale of poliklinische apotheek - een apotheek die bij een ziekenhuis hoort, maar de geneesmiddelen aan niet-gehospitaliseerde patiënten aflevert (meestal aan patiënten die in het ziekenhuis zijn geweest en worden ontslagen uit het ziekenhuis, of aan mensen die regelmatig in het ziekenhuis komen voor een behandeling, zoals b.v. dialysepatiënten).
  • De internet-apotheek - een apotheek waar gebruikers online medicatie kunnen bestellen. Dit kan een reguliere openbare apotheek zijn met een website met bestelmogelijkheid of een apotheek die alleen online opereert en geen reguliere apotheek vestiging heeft waar mensen medicatie kunnen afhalen. De apotheken waar men alleen via internet terecht kan, bieden meestal geen oplossing voor de levering van medicatie in spoedsituaties (b.v. in de avond, nacht en in het weekend).

[bewerken] Openbare apotheken in België

Een openbare apotheek heet in België ook wel officina. Het aantal officina's in België is beperkt door de vestigingswetgeving. De hoofdapotheker van zo'n officina heet een titularis of provisor, die al dan niet de eigenaar is. Apothekers die in dienst werken bij een titularis, heten adjunct-apotheker. Er kunnen ook apotheek-assistenten werken in een officina. Die hebben geen diploma van apotheker en mogen ook niet alle taken uitvoeren die een apotheker wel mag. Alle taken die zij uitvoeren moeten onder toezicht van een gediplomeerde apotheker gebeuren. Er mogen maximaal vier assistenten aanwezig zijn per apotheker. Stagiairs werken ook onder toezicht van een apotheker en zijn nog in opleiding.

[bewerken] Ethymologie

Het woord bodega is ontstaan uit het Griekse apotheka wat letterlijk bergplaats betekent. Het is dus hetzelfde woord als apotheek, zoals een dokter vanouds zijn voorraadkast noemde.

[bewerken] Symbolen

De twee symbolen die het meest worden geassocieerd met een apotheek zijn de mortier en stamper en het ℞ (recept) karakter, dat meestal als "Rx" wordt geschreven in getypte tekst. Een typisch Nederlands symbool, dat steeds zeldzamer wordt en ook wordt gebruikt door drogisten in Nederland is de Gaper. Farmaceutische organisaties gebruiken vaak ook andere symbolen, zoals b.v. het groene Griekse Kruis of de Schaal van Hygieia, in hun logos. In andere landen worden ook andere symbolen gebruikt, zoals een rode Gothische letter A in Duitsland en Oostenrijk.

[bewerken] Zie ook


[bewerken] Externe links

Referenties:
Zoek apotheek op in het WikiWoordenboek.
Persoonlijke instellingen
Boek maken