Spanje

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
Reino de España


(Details)


(Details)

Basisgegevens
Officiële landstaal: Spaans[1]
Hoofdstad: Madrid
Regeringsvorm: Constitutionele monarchie
Religie: Rooms-katholiek
Oppervlakte: 505.992 km² [2] (1.04% water)
Inwoners: 40.847.371 (2001)[3]
46.661.950 (2009)[4] (92,2/km² (2009))
Overige
Motto: Plus Ultra
Volkslied: Marcha Real
Munteenheid: euro (EUR)
UTC: +1 (zomer +2)
Nationale feestdag: 12 oktober
Web | Code | Tel. .es | ESP | 34
Voorgaande staten
 Spaanse Staat 1978(Val Franco-regime)
Topografie
Zie ook
Portaal:Spanje   Portaal Spanje

Spanje van A tot Z

Portaal:Landen & Volken   Portaal Landen & Volken

Spanje, officieel het Koninkrijk Spanje (Spaans: Reino de España), is een land in het zuidwesten van Europa met 46.661.950 (2009) inwoners.

Spanje is een constitutionele monarchie en beslaat een oppervlakte van 505.992 km². Het land beslaat grofweg 80% van het Iberisch Schiereiland. Buiten dat horen ook de eilandengroep Balearen in de Middellandse Zee, de Canarische Eilanden in de Atlantische Oceaan en de Spaanse exclaves in Noord-Afrika bij het land.

In het noordoosten grenst Spanje aan Frankrijk en Andorra, over de gehele lengte van de Pyreneeën, in het westen aan Portugal en in het zuiden aan de Britse kolonie Gibraltar. De hoofdstad van Spanje is Madrid, een stad met meer dan 3 miljoen inwoners gelegen in het midden van het land.

Spanje is een divers land met zeer uiteenlopende culturen, talen, eetgewoonten en klimaten. Het land varieert van de regenachtige vissersdorpen in Galicië tot het nachtleven van Madrid, de toeristische kusten aan de Middellandse Zee, het flamencodansen van Andalusië, en stierenvechten in vele delen van het land en het moderne Barcelona in Catalonië.

Spanje werd lid van de NAVO in 1982 en is lid van de Europese Unie sinds 1986. De euro werd de Spaanse munteenheid op 1 januari 1999 en verving daarmee de peseta; per 1 januari 2002 werden de euromunten en -bankbiljetten ingevoerd.

Inhoud

[bewerken] Etymologie

De naam Spanje (Spaans: España) is afgeleid van de Latijnse naam “Hispania”, dat werd gebruikt voor het hele Iberisch Schiereiland. Taalkundig gezien stamt deze naam echter niet af van het Latijn, en ook met andere Indo-Europese talen is geen duidelijk verband aan te wijzen. Er bestaan dan ook verschillende theorieën over de herkomst van het woord “Hispania”. Een van die theorieën is dat de naam uit het Grieks komt. De Grieken zouden de naam “Hesperia” aan het huidige Italië en Spanje hebben gegeven, omdat beide landen zich ten westen van een bepaalde ster (genaamd “esperos”) bevonden. Het woord Hesperia zou later zijn kunnen verbasterd tot Hispania. Volgens de meest geaccepteerde theorie stamt de naam echter af van de Feniciërs, een volk dat ooit het huidige Spanje bewoonde. Volgens deze theorie is dit te wijten aan het grote aantal konijnen dat zij op het Iberisch Schiereiland aantroffen. De Fenicische taal was nauw verwant aan het Hebreeuws, en zij spraken over Spanje als “I-sphanim” dat letterlijk ‘klipdassen’ betekent. De klipdas was een veelvoorkomend dier in hun land van herkomst, maar toen zij in Spanje het konijn ontdekten, een voor hen onbekend dier, gaven ze het dezelfde naam. Daarom verwezen zij later naar Spanje als “I-sphanim”, waarvan het Latijnse “Hispania” zou zijn afgeleid.

[bewerken] Geschiedenis

Spanje in Romeinse tijd
Zie Geschiedenis van Spanje voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vooraleer de Moren het Iberische schiereiland bezetten in het begin van de achtste eeuw, was Spanje in handen van de Visigoten. De bezetting van de Moren duurde bijna 7 eeuwen. Zij voerden de islam in en er ontwikkelde zich een Moors-Spaanse cultuur van hoog niveau. De herovering (Spaans: Reconquista) door de christenen was een langdurig proces dat eindigde met de val van Granada in 1492. Deze datum wordt beschouwd als de eigenlijke vereniging van Spanje.

Spanje werd vanaf dan een wereldmacht onder de Habsburgers (1504-1700) en de Bourbons (1700-1868). Het Spaanse rijk strekte zich over de hele wereld uit. Van 1701 tot 1714 woedde de Spaanse Successieoorlog. Deze resulteerde in een gecentraliseerde staat met aan het hoofd het huis van Bourbon.

In de tweede helft van de 19e eeuw leidde de Spaans-Amerikaanse Oorlog tot het verlies in 1898 van de laatste Spaanse koloniën op het westelijk halfrond (Cuba, Puerto Rico, Filipijnen).

In 1931 werd Spanje een republiek (Spaanse Republiek), nadat koning Alfonso XIII gedwongen werd af te treden. Voortdurende politieke instabiliteit leidde uiteindelijk tot de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939). Die begon als een nationalistische opstand tegen de wettige republikeinse regering, maar was, met alle buitenlandse bemoeienissen, feitelijk een conflict tussen de democratie en het fascisme. Generaal Franco, leider van de nationalisten, kreeg steun van Duitsland en Italië, terwijl de regering werd geholpen door de toenmalige Sovjetunie. De nationalisten overwonnen, en generaal Franco bleef als dictator aan de macht tot zijn dood in 1975.

Na de dood van Franco werd de monarchie hersteld. Juan Carlos, de kleinzoon van Alfonso XIII, werd de nieuwe koning. In 1978 kwam een democratische grondwet tot stand die de sterk gecentraliseerde staatsvorm onder Franco wijzigde in een gedecentraliseerde structuur met autonome regio's.

[bewerken] Geografie

Pyreneeën in Aragón
Las Médulas in León
El Teide op Tenerife

Het landschap van Spanje bestaat voornamelijk uit plateaus, zoals de Spaanse Hoogvlakte, en bergketens zoals de Pyreneeën en de Sierra Nevada. De belangrijkste rivieren van het land zijn de Tajo, de Ebro, de Duero, de Guadiana en de Guadalquivir. Spanje grenst in het oosten en zuiden aan de Middellandse Zee, in het noorden aan de Cantabrische Zee (het zuidelijk deel van de Golf van Biskaje) en in het westen aan de Atlantische Oceaan.

[bewerken] Klimaat

De geografische ligging van Spanje zorgt ervoor dat alleen het noordwesten (Galicië, Asturië, Cantabrië en Baskenland) onder invloed liggen van de zogenaamde straalstromen, en de rest van het land niet. Buiten dat heeft Spanje een zeer onregelmatig landschap, en is één van de meest bergachtige landen van het Europese continent. Dit alles maakt dat men zeer verschillende klimaten (en microklimaten) kan onderscheiden. Grofweg kan het land worden verdeeld in de volgende klimaatzones:

  • Noordoostkust van de Middellandse Zee (Catalaanse kust, Balearen, en de noordelijke helft van het Valenciaanse land): Mediterraan klimaat: Warme en soms hete zomers en milde winters, ongeveer 600 millimeter neerslag per jaar in een zeer klein aantal geconcentreerde dagen, zogenaamde Mediterrane buien.
  • Zuidoostkust van de Middellandse Zee (Alicante, Murcia en Almería): Mediterraan klimaat: Hete zomers en milde winters. Erg droog, en bijna woestijnachtig, op sommige plekken slechts 150 millimeter neerslag per jaar, oftewel de droogste plek van Europa.
  • Zuidkust van de Middellandse Zee (Málaga en de kusten van Granada): Subtropisch klimaat Warme en soms hete zomers, extreem zachte en milde winters. Een gemiddelde jaartemperatuur van bijna 20 graden Celsius, ongekend hoog voor Europese begrippen.
  • Vallei van Guadalquivir (Sevilla en Córdoba): Lange zomers met extreme hitte en droogte, zachte winters, vrijwel zonder neerslag. Bijna een woestijnklimaat.
  • Zuidwest Atlantische kust (Cádiz en Huelva): Warme, maar niet extreem hete zomers, zeer milde winters, relatief (voor dit deel van Europa) veel neerslag.
  • Spaanse Hoogvlakte (Madrid, Castilië-La Mancha en Castilië en León): Mediterraan klimaat met sterke invloeden van een extremer landklimaat. Lange en zeer hete zomers en koude winters, weinig neerslag.
  • Vallei van de Ebro (Zaragoza en het binnenland van Catalonië): Zeer hete zomers, koude winters, weinig neerslag. Bijna een landklimaat
  • Noordatlantische kust (Galicië, Asturië, Cantabrië, Baskenland): Zeeklimaat met milde zomers en milde winters, erg veel neerslag (1000-1200 millimeter per jaar)
  • Pyreneeën: Frisse zomers en koude winters, gematigd nat klimaat, in sommige gebieden een zogenaamd Hooggebergteklimaat.
  • Canarische Eilanden: Subtropisch klimaat zonder seizoensveranderingen. Het gehele jaar door dezelfde zomerse temperaturen, woestijnachtig op de oostelijke eilanden, iets vochtiger op de westelijker gelegen eilanden. Volgens de universiteit van Syracuse heeft de stad Las Palmas op Gran Canaria het beste klimaat ter wereld.

[bewerken] Gebergtes

De zes grote bergketens van Spanje zijn de Pyreneeën, de Betische Cordillera en Sierra Nevada, het Kastiliaans Scheidingsgebergte, de Cantabrisch Gebergte en het Iberisch Randgebergte.

De Pyreneeën, die in het westen uitlopen tot in Galicië, zijn ontstaan als gevolg van het botsen van het Iberische subcontinent tegen het Europese continent. De hoogste bergtoppen zijn de 3407 meter hoge Pico de Aneto in centraal Spanje, en de 2648 meter hoge “Picos de Europa” in het westen. In de Sierra Nevada bevindt zich de “Mulhacén”, die met 3482 meter de hoogste berg van het Spaanse vasteland is. De hoogste berg van heel Spanje is echter de Pico del Teide op het Canarische eiland Tenerife.

Andere bergen in Spanje zijn: Bola del Mundo, Circo de la Safor, El Yelmo, Monte Hacho, Montserrat, Monte Perdido, Pica d'Estats, Pozo de las Nieves, Turbón en de Zuilen van Hercules.

[bewerken] Nationale Parken

Zie ook: Lijst van nationale parken in Spanje

[bewerken] Demografie

Bevolkingsdichtheid per provincie (2005).

Aan het begin van de 20e eeuw telde Spanje ongeveer 20 miljoen inwoners; dat aantal heeft zich inmiddels ruim verdubbeld tot 46.661.950 (2009). Het land is naar West-Europese maatstaven nog altijd dunbevolkt (bevolkingsdichtheid: 85,8/km²), en de bevolking is zeer ongelijkmatig verdeeld. De dichtstbevolkte gebieden vindt men aan de verschillende kusten en in de regio van Madrid.

[bewerken] Immigratie

Spanje ontvangt momenteel het grootste aantal immigranten van Europa. Maar liefst 38,6% van de totale immigratie richting de Europese Unie in 2005 vestigde zich in Spanje. Het merendeel van de immigranten is afkomstig uit Zuid-Amerika, Afrika, Oost-Europa en ook uit andere West-Europese landen. Met sommige van deze nieuwe bevolkingsgroepen zijn problemen ontstaan wat betreft integratie, maar desondanks heeft het hoge aantal immigranten wel gezorgd voor een belangrijk deel van de economische groei van het land.

[bewerken] Steden en agglomeraties

De volgende lijst bevat de inwonertallen van de grootste steden en agglomeraties in Spanje, gemeten op 1 januari 2005. Voorsteden van Barcelona of Madrid, zoals Terrassa, Móstoles, Alcalá de Henares etc. zijn niét in deze lijst opgenomen. Voor de complete lijst, zie Lijst van grote Spaanse steden.

Agglomeraties van Spanje
Rang Naam Inwoners 2005 Agglomeratie Autonome regio
1 Madrid 3.228.359 6.095.439 Comunidad de Madrid
2 Barcelona 1.593.075 5.239.927 Catalonië
3 Valencia 807.396 1.832.274 Comunidad Valenciana
4 Sevilla 704.514 1.317.098 Andalusië
5 Zaragoza 660.895 683.783 Aragón
6 Málaga 558.287 1.074.057 Andalusië
7 Murcia 424.362 563.272 Regio van Murcia
8 Las Palmas 378.628 616.903 Canarische Eilanden
9 Palma de Mallorca 375.776 474.035 Balearen
10 Bilbao 354.168 947.581 Baskenland
11 Córdoba 321.165 351.584 Andalusië
12 Valladolid 321.005 383.894 Castilië en León
13 Alicante 319.380 710.448 (met Elche) Comunidad Valenciana
14 Vigo 293.725 423.821 Galicië
15 Gijón 273.931 855.159 (met Oviedo) Asturië

[bewerken] Talen

  Zie ook:  Talen in Spanje 

Om de taal die in het Nederlands Spaans heet te benoemen, kan men twee woorden gebruiken: "español" (Spaans) of "castellano" (Castiliaans, uit Castilië). Beide termen worden in Spanje door elkaar gebruikt, afhankelijk van de regio (in Andalusië zegt men vooral "español", in Catalonië vrijwel nooit), maar betekenen hetzelfde. Het meest pure Spaans wordt volgens vele Spanjaarden gesproken in en rondom Valladolid.

De verschillende talen die in Spanje worden gesproken zorgen regelmatig voor grote verwarring in het buitenland, waar men het vaak heeft over dialecten. Het gaat echter om in totaal vijf officiële talen (Spaans, Catalaans, Baskisch, Galicisch en Aranees) en twee niet-officiële talen (Asturisch en Aragonees). Het Spaans is de enige officiële nationale taal van Spanje. De overige vier zijn officiële regionale talen, die in sommige gebieden ook de dominante taal zijn.

Artikel III van de Spaanse Grondwet uit 1978 luidt als volgt:

El castellano es la lengua española oficial del Estado. (…) Las demás lenguas españolas serán también oficiales en las respectivas Comunidades Autónomas…
Castiliaans (Spaans) is de officiële taal van de Spaanse Staat. (…) De andere Spaanse talen zijn ook officieel in de respectievelijke Autonome Gemeenschappen
De talen van Spanje

██ Castiliaans (Spaans)

██ Catalaans

██ Baskisch

██ Asturisch

██ Galicisch

██ Aragonees

██ Aranees (dialect van het Occitaans)

De vier officiële regionale talen van Spanje zijn:

  • Catalaans (ES:Catalán CA:Català): wordt gesproken door iets meer dan 18% van de totale bevolking, oftewel 7,5 miljoen inwoners in Catalonië, de Balearen en de Comunidad Valenciana. Strikt taalkundig gezien is het Catalaans wat in Valencia wordt gesproken geen Catalaans maar Valenciaans (SP: Valenciano CA: Valencià). Tegenwoordig zijn er in de praktijk echter vrijwel geen verschillen meer te onderscheiden, en wordt de taal als Catalaans erkend.
  • Baskisch (ES:Vasco BA:Euskara): wordt gesproken door iets meer dan 1 miljoen mensen in Baskenland en Navarra, 2,3% van de totale Spaanse bevolking. De Baskische taal vertoont geen enkele overeenkomst met welke andere taal dan ook.
  • Galicisch (ES:Gallego GA:Galego): wordt gesproken door iets meer dan 2,5 miljoen mensen, 5,7% van de totale Spaanse bevolking in Galicië, en delen van León en Asturië. De taal lijkt meer op Portugees dan Spaans.
  • Aranees: wordt gesproken door slechts 4000 mensen in de Vallei van Aran in Catalonië. Taalkundig gezien is Aranees een dialect van het Franse Occitaans.

Het Spaans, Catalaans, Galicisch en Aranees zijn allemaal Romaanse talen, en stammen af van het Latijn, binnen elk van deze talen bestaan echter ook verschillende dialecten. Het Baskisch is een geval apart, er zijn namelijk geen overeenkomsten aan te wijzen met welke andere taal dan ook ter wereld. De twee niet-officiële regionale talen zijn:

De vier officiële regionale talen van Spanje spelen een relatief belangrijke rol, zowel op regionaal als op nationaal niveau. Ter vergelijking; in Spanje spreekt 24% van de bevolking één van de vier officiële regionale talen, dat komt neer op bijna 11 miljoen inwoners. In Nederland wordt de enige officiële regionale taal, het Fries door 400.000 inwoners, oftewel slechts 2,4% van de bevolking gesproken.

Spanje kent buiten de genoemde talen ook nog talloze dialecten en streektalen. Het beste voorbeeld daarvan is het Spaans dat wordt gesproken in Andalusië door ongeveer 7 miljoen mensen, met grote verschillen in vocabulaire en uitspraak. Het zogenaamde "Andaluz" (Andalusisch) is voor vele andere Spanjaarden moeilijk te verstaan.

[bewerken] Religie

De kathedraal van Segovia

De dominante religie in Spanje is het Rooms-Katholieke geloof. Volgens officiële bronnen is meer dan 80% van de bevolking officieel Rooms-Katholiek. Hierbij moet opgemerkt worden dat een groot deel van deze groep verplicht werd tot het geloof in tijden van het Franco-regime, en daar dus nooit zelf voor heeft kunnen kiezen. In die tijd (tot ver in de jaren 70) was elke Spanjaard volgens de wet katholiek, vrijwillig of niet. Daardoor is een groot deel van het genoemde percentage officieel gelovig, maar in het dagelijks leven niet praktiserend. Een duidelijk recent bewijs hiervan is het feit dat meer dan 70% van de Spaanse bevolking het homohuwelijk heeft goedgekeurd, terwijl de Katholieke kerk daar grote bezwaren tegen heeft. Sinds juni 2005 is Spanje dan ook het derde land van de Europese Unie waar het homohuwelijk is gelegaliseerd.

Buiten het katholieke geloof bestaat er een aantal protestantse bevolkingsgroepen, waarvan geen één echter uit meer dan 50.000 personen bestaat. Ook zijn er ongeveer 20.000 Mormonen.

In de afgelopen 34 jaar (sinds de val van het Franco-regime) is het aantal praktiserend gelovigen drastisch gedaald, en is Spanje religieus gezien geen traditioneel Rooms-Katholiek land meer. Volgens een onderzoek van de New York Times in 2005, gaat slechts 18% van de bevolking regelmatig naar een kerkdienst. Binnen het deel van de bevolking dat wel religieus actief is, zijn net als in de meeste Noord-Europese landen, verschillende maten en niveaus van daadwerkelijke betrokkenheid te onderscheiden.

De Heiligen Jakobus de Meerdere, Johannes van Avila en Theresia van Avila zijn de beschermheiligen van Spanje.

[bewerken] Politiek

De Spaanse premier José Luis Rodríguez Zapatero

[bewerken] Politieke structuur

Spanje is een constitutionele monarchie, met een koning als staatshoofd, Koning Juan Carlos I.

De uitvoerende macht bestaat uit de verschillende ministers onder leiding van de premier of president van de regering. Sinds 2004 is de socialistische José Luis Rodríguez Zapatero de premier van Spanje.

De wetgevende macht bestaat uit twee kamers, de zogenaamde “Las Cortes Generales”. De eerste kamer (Spaans: Senado) bestaat uit 259 zetels en in de tweede kamer (Spaans: Congreso de los Diputados) zetelen 350 vertegenwoordigers.

De rechterlijke macht bestaat uit de verschillende rechtbanken en tribunalen, met verschillende rechters die de autoriteit hebben om in naam van de Koning de justitie in het land te handhaven.

[bewerken] Bestuurlijke indeling

De autonome regio's en steden van Spanje

Spanje is bestuurlijk gezien een federatie waarin de macht zeer gedecentraliseerd wordt uitgevoerd, het is het meest gedecentraliseerde land van de Europese Unie. Het land bestaat uit 17 autonome regio's (Spaans: Comunidades Autónomas), waarbij de mate van autonomie per regio verschilt. Bijna al deze regio’s zijn weer onderverdeeld in verschillende provincies, zie provincies van Spanje. De provincies zijn onderverdeeld in comarca's van Spanje.

De verschillende maten van autonomie zijn te verklaren uit de grotere behoefte aan autonomie in sommige regio's, namelijk Catalonië, Baskenland en Galicië, omdat deze drie elk een sterke eigen identiteit en taal hebben. Zij kregen hierdoor in een eerder stadium meer eigen rechten toegewezen dan de overige regio's. Deze drie regio's vallen dus onder het zogenaamde "speciale regime", waarbij de taal een officiële status heeft. De autonomie kan onder meer van toepassing zijn op het lokale zorgstelsel, belastingstelsel, onderwijs en veiligheid. Catalonië heeft bijvoorbeeld haar eigen lokale regering (Generalitat) en ook haar eigen politieorgaan (Mossos d'Esquadra).

[bewerken] Politieke partijen

[bewerken] Bestuurlijke indeling

Zie Autonome gemeenschappen van Spanje voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Spanje bestaat uit 17 autonome regio's (zie lijst hieronder) en 2 autonome steden, Ceuta en Melilla.

[bewerken] Economie

Wolkenkrabbers in Madrid

Spanje staat traditioneel in de westerse wereld niet bepaald bekend als een economische grootmacht, maar eerder als vakantiebestemming (sinds de jaren zestig). Tijdens het politiek geïsoleerde regime van Francisco Franco, dat in 1939 begon met zijn dood in 1975 eindigde, vond wel enige modernisering plaats in een sterk gereguleerde economie, maar lang niet genoeg om eeuwen van relatieve achteruitgang goed te maken. Het land kon pas in de jaren 80 beginnen aan een inhaalslag en is tegenwoordig één van de belangrijkste economieën van Europa. In 2005 had het een BBP van € 836.672 miljoen en een gemiddeld inkomen van $ 27.542 per inwoner. Volgens de Wereldbank was Spanje in 2004 de achtste economie van de wereld. De levensverwachting van de Spaanse bevolking is één van de drie hoogste ter wereld. De levenskwaliteit is ook uitstekend. Volgens het Britse “The Economist” is die hoger dan die van landen als Canada, Frankrijk en de Verenigde Staten. Opmerkelijk is dat steeds meer Spaanse bedrijven in de wereldtop meedraaien van 'cutting edge' technologie zoals vliegtuigbouw, informatica, biotechnologie, zonneenergie en infrastructuur techniek [5].

[bewerken] Transport

De nieuwe terminal van Barajas

Spanje heeft 105 vliegvelden verspreid over het hele land, waarvan 33 ook internationale vluchten uitvoeren. De belangrijkste hiervan zijn de luchthaven Barajas in Madrid en luchthaven El Prat van Barcelona. Luchthaven Barajas is in 2005 enorm uitgebreid, en heeft nu de grootste luchthaventerminal ter wereld. De bedoeling is dat het één van de belangrijkste luchthavens van Europa wordt, momenteel verwerkt het ongeveer 41 miljoen passagiers per jaar.

Het treinverkeer van Spanje is in handen van het staatsbedrijf RENFE. Er bestaan verbindingen tussen vrijwel alle steden van het land. Ook zijn er vijf hogesnelheidslijnen, AVE genaamd, met treinen die gemiddeld 200km per uur rijden:

  • Madrid – Ciudad Real – Puertollano – Córdoba - Sevilla
  • Madrid – Ciudad Real – Puertollano – Córdoba - Málaga
  • Madrid – Guadalajara – Calatayud – Zaragoza – Lérida - Camp de Tarragona - Barcelona
  • Madrid – Segovia – Valladolid
  • Madrid – Toledo

Momenteel vindt er grootschalige uitbreiding plaats van het aantal hogesnelheidslijnen, zodat alle grote steden van het land op dit netwerk zullen zijn aangesloten. Het gaat, onder andere, om de volgende trajecten:

  • Verlenging tussen Barcelona, via Gerona, tot de Franse grens
  • Nieuw traject: Madrid – Cuenca – Valencia
  • Nieuw traject: Madrid – Cáceres – Mérida – Badajoz – Lissabon

In totaal beschikken zes Spaanse steden over een metro. De grootste zijn de metro van Barcelona en de metro van Madrid, maar ook Valencia, Palma de Mallorca, Bilbao en, sinds april 2009, Sevilla hebben hun eigen metronetwerk.

Het autosnelwegnetwerk had per 31 december 2007 een totale lengte van 14.689 km.

[bewerken] Landbouw

Spanje is één van de belangrijkste landbouwproducenten van Europa. Een aantal van de belangrijkste producten in deze sector zijn citroenen, sinaasappels, olijven en olijfolie, noten, druiven en wijn.

[bewerken] Toerisme

  Zie ook:  Lijst van badplaatsen in Spanje 
Benidorm is één van de vele Spaanse badplaatsen

Ook al is het grootste deel van de toeristen in Spanje zelf Spaans, het is ook het land met het op één na grootste aantal buitenlandse toeristen per jaar, na buurland Frankrijk, en beslaat maar liefst 7% van het wereldwijde internationale toerisme. Dat is meer dan Italië of de Verenigde Staten. Het toerisme kwam vooral op in de jaren '60 en '70. Het aantal buitenlandse toeristen steeg van minder dan 700.000 in 1951 naar 4 miljoen in 1959, 34 miljoen in 1973, 40 miljoen eind jaren '70, begin jaren '80[6] In 2005 werd Spanje bezocht door maar liefst 52,4 miljoen buitenlanders, volgens het Ministerie van Industrie, Toerisme en Handel.

Catalonië (Barcelona, Costa Brava, Costa Dorada, Pyreneeën) is veruit het meest toeristische deel van het land: meer dan 25% van de buitenlandse toeristen in Spanje bezocht deze regio in 2005, gevolgd door de Balearen (9,4 miljoen buitenlandse toeristen), en de Canarische Eilanden (8,6 miljoen buitenlandse toeristen). Ongeveer twee derde van de buitenlandse toeristen komt uit slechts drie landen; 29% uit het Verenigd Koninkrijk, 18% uit Duitsland en 16% uit Frankrijk (vooral naar Catalonië). Nederlandse en Belgische toeristen omvatten respectievelijk slechts 4% en 3% van het totaal.

Binnenlandse, oftewel Spaanse toeristen gingen in 2005 vooral naar Madrid (20,7 miljoen toeristen of 18,5% van het totaal), gevolgd door Catalonië met 17,7 miljoen mensen (15,8%) en Andalusië met 16,7 miljoen mensen. (15,0%). [7]

Volgens de Wereldwijde Organisatie van Toerisme, zal het aantal toeristen dat Spanje bezoekt met ongeveer 5% per jaar stijgen, in de komende 20 jaren. In 2020 zal het land dan ongeveer 75 miljoen buitenlandse toeristen ontvangen.

[bewerken] Cultuur

[bewerken] Siësta

In Spanje wordt 's middags siësta gehouden, vooral in de zomer. De siësta valt in heel Spanje van 14:00 tot 17:00, ook al kan dat plaatselijk verschillen. Tijdens de siësta zijn veel winkels gesloten, het is het moment van de dag om te eten en afhankelijk van de regio uit te rusten of slapen. De normale werktijden/schooltijden zijn dus behoorlijk anders dan gebruikelijk in Noord-Europese landen, men werkt gemiddeld van 10:00 tot 14:00 en van 16:00/17:00 tot 20:00/21:00. Het wel of niet sluiten van winkels hangt overigens af van het deel van Spanje waar het om gaat, in het centrum van de grote steden zijn de meeste winkels zes dagen per week open van 10:00 tot 21:00. Eind 2005 werd het voorstel gedaan om de siësta af te schaffen, maar voorlopig zijn daar geen concrete plannen voor.

[bewerken] Gastronomie

De Spaanse keuken is net zo divers als de Spaanse culturen en klimaten. Typische Spaanse producten zijn de vele wijnen en cava’s, talloze worsten waaronder chorizo, jamón serrano of jamón ibérico (iberische ham), talloze kazen, peulvruchten, rijst, Mediterraanse groenten en veel verschillende zoetigheden. De meest bekende gerechten zijn de Spaanse tortilla, Paella, Gazpacho, stoofpotten (cocidos) en Calamares a la Romana (gefrituurde inktvis). Bekend zijn ook de tapas, die zowel ’s middags als ’s avonds kunnen worden gegeten, en in sommige delen van het land gratis zijn. Het eten van tapa’s is ook in het buitenland (Noord-Europa, Noord-Amerika) zeer populair. Er zijn honderden, zo niet, duizenden soorten tapa’s die erg verschillen per regio. Spanjaarden waarderen vooral de simpelheid, versheid en kwaliteit van het eten, en niet altijd de presentatie of het gebruik van zoveel mogelijk ingrediënten en kruiden in één gerecht. Typisch Spaanse drankjes, die met name in de zomer worden gedronken zijn Sangria, Horchata en Clara (bier gemengd met licht zoete frisdrank 'gaseosa').

Ook al zijn er regionaal erg veel verschillen te onderscheiden, (de Galicische keuken lijkt bijvoorbeeld totaal niet op de Catalaanse of Andalusische keuken), er zijn toch een aantal typische kenmerken van de Spaanse eetcultuur:

  • Twee keer warm eten per dag (rond 15:00 en rond 22:00), meestal een voorgerecht én een hoofdgerecht
  • Het drinken van wijn bij de maaltijd (ook ’s middags)
  • Erg vaak buiten de deur eten (gemiddeld 4 keer per week)
  • Het koken met verse producten en weinig consumptie van diepvriesproducten, voorbereide kruidenmixen of kant-en-klaarmaaltijden
  • Scheutig gebruik van olijfolie voor zowel koude als warme gerechten
  • Grote consumptie van vis, schelpen en schaaldieren t.o.v. andere landen. Na Japanners zijn Spanjaarden de grootste visconsumenten ter wereld.
  • Het eten van zoetigheden als ontbijt (vrijwel nooit brood)

Zie ook:

[bewerken] Feesten

Stierenvechter in Sevilla

Spanje heeft een relatief groot aantal feestdagen, waarvan een aantal uitbundig worden gevierd. Dan gaat het vooral om een groot aantal regionale feestdagen. De nationale feestdagen zijn niet meer dan vrije dagen. Dit geldt niet voor de “Semana Santa”, de heilige week rondom Pasen. Er zijn zo veel verschillende officiële regionale feestdagen dat het lastig is één duidelijke lijst te maken.

De bekendste en grootst gevierde regionale feesten zijn:

[bewerken] Media

De meeste landelijke dagbladen worden uitgegeven in Madrid of Barcelona. De krant El País is met een oplage van ongeveer 561.000 exemplaren (2003) het grootste dagblad. El País wordt uitgegeven in Madrid, evenals El Mundo (379.000), ABC (346.000) en La Razón (205.000). Uitgevers uit Barcelona brengen de landelijke kranten La Vanguardia (240.000) en El Periódico (221.000) uit. Naast de reguliere kranten zijn ook de landelijke sportkranten El Mundo Deportivo, Diario Sport (beide uitgegeven in Barcelona), Marca en Diario AS (uitgegeven in Madrid) van belang.

De publieke radio- en televisieomroep is in handen van Radiotelevisión Española (RTVE). Verder zijn er verschillende commerciële zenders. Zie ook: Lijst van televisiekanalen in Spanje

[bewerken] Sport

In 1992 organiseerde Barcelona de Olympische Zomerspelen, de eerste keer in de geschiedenis van Spanje.

Voetbal is één van de meest belangrijke en populaire sporten in Spanje. Bekende voetbalclubs zijn onder andere Real Madrid, FC Barcelona, Valencia CF, Sevilla FC, Villarreal CF en Atlético Madrid. Grote clubs als Real Madrid en Barcelona spelen op hoog niveau in Europa. Ook het nationale voetbalelftal beschikt over veel talent, al is dat op grote toernooien nog maar twee keer omgezet in een eindtitel: Spaanse elftal werd in 1964 en in 2008 Europees kampioen.

Op de tweede plaats komt basketbal. Basketbal in Spanje wordt op hoog niveau gespeeld. In 2006 werd het Spaanse nationale basketbalteam zelfs wereldkampioen door Griekenland in de finale te verslaan. Bekende namen in het basketbal zijn onder andere Pau Gasol, Sergio Rodriguez, Jorge Garbajosa, Rudy Fernandez, Ricky Rubio en Jose Manuel Calderon.

[bewerken] Bezienswaardigheden

Er staan 38 Spaanse bezienswaardigheden op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. De bekendste hiervan zijn:

[bewerken] Zie ook

[bewerken] Externe links

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. Catalaans, Baskisch, Galicisch en Aranees hebben ook een officiële status in hun respectievelijke autonome regio's.
  2. (en) Verenigde Naties 2004
  3. (en) Laatste census 1 november 2001 (via V.N.)
  4. (es) Voorlopige cijfers 1 januari 2009 (inclusief buitenlandse inwoners) (door Instituto Nacional de Estadística)
  5. Technology Review: New Technologies in Spain
  6. Barke, M., Towner, J., Newton, M.T. (editors) (1996), Tourism in Spain: Critical issues, Oxon: CAB International, Hoofstuk Tourism in Catalonia, p. 237 (Pi-Sunyer, O.)
  7. Instituto de estudios turisticos Assessment of Tourism in Spain in 2005 (PDF) p.1-4
:wikt:Spanje

Persoonlijke instellingen
Boek maken
in andere talen