Gasthuis
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Een gasthuis was in de middeleeuwen een instelling waar zieken en ouderen verpleegd en verzorgd konden worden. Later werd onder gasthuis ook verstaan een hofje: een aantal huisjes rondom een binnenterrein, bedoeld voor bijvoorbeeld leden van een bepaalde kerk of andere doelgroepen zoals reizigers.
Inhoud |
[bewerken] Geschiedenis
[bewerken] Middeleeuwen
Aanvankelijk werden gasthuizen gebouwd door de kerk, bijvoorbeeld bij kloosters (Kloostergasthuis) of gesticht door een bisschop. Zij deden dit vooral voor het zielenheil van de patiënt, niet zo zeer om deze te genezen. Met de opkomst van de burgerij in de late middeleeuwen werden gasthuizen ook door leken gesticht. Vaak ging het hierbij om burgerlijke of ridderlijke verplegersorden zoals de Orde van de heilige Geest.
Een middeleeuws gasthuis bestond vaak uit een lange zaal die uitkwam op de kapel. Soms stond er in deze zaal ook een preekstoel. De bedden stonden langs de kanten en konden door middel van gordijnen afgeschermd worden. De bedden waren gemaakt van veren of stro. Patiënten werden bij opname eerst gewassen. De voeding was goed en bestond uit twee maal per dag een warme maaltijd met vis/vlees en groente of fruit.
[bewerken] Renaissance
Tijdens de renaissance werd een groot aantal verplegersorden opgeheven. De invloed van de kerk nam af door de hervormingen. In die tijd zijn veel (klooster)gasthuizen opgeheven of overgenomen door de burgerij. In deze tijd stond het gasthuis onder bestuur van regenten en regentessen. Voor de dagelijkse leiding benoemden de regenten een binnenvader die toezicht hield op de gebouwen, het personeel en het ziekenbezoek. De regentes benoemde een binnenmoeder die belast werd met toezicht op het vrouwelijk personeel. De binnenmoeder werd geholpen door de zaalmoeder. De verpleging was voornamelijk gericht op verzorgen en niet op verpleegtechniek.
Een renaissance gasthuis bestond uit meerdere afdelingen:
- Een verbandzaal: voor de chirurgijn
- Een ziekenzaal: voor de dokter
- Een zaal voor kraamvrouwen
- Een zaal voor besmettelijke ziekten
Een stad had soms meerdere gasthuizen. Er werd hierbij onderscheid gemaakt tussen Binnengasthuizen en Buitengasthuizen. Het laatste vooral voor geesteszieken en besmettelijke ziekten zoals de pest.
[bewerken] 18e en 19e eeuw
Deze eeuwen worden gekenmerkt door overvolle gasthuizen waarin de zorg zeer slecht was. Mannen en vrouwen waren gescheiden in aparte zalen met tientallen bedden. Op elk bed lagen soms meerdere personen. Door de chirurgijn werd in het midden van deze zaal geopereerd op een daarvoor bestemde kribbe. In dezelfde zaal werd ook de was gedaan en sliep het personeel. De zalen waren te groot om goed te kunnen verwarmen, waarbij men soms tijdens het opereren vergat de kachel aan te houden. Eten werd gegeven aan de meest biedende patiënt. Pijnstiller werden verkocht.
[bewerken] 20e eeuw tot heden
Veel gasthuizen zijn opgeheven. Een aantal bleef echter bestaan en ontwikkelde zich tot een modern ziekenhuis. Veel instellingen op het gebied van de gezondheidszorg dragen door deze voorgeschiedenis nog altijd de naam 'gasthuis' in zich. Uit de naam van de gasthuis is de stichter duidelijk te herkennen. Een bekend voorbeeld hiervan is het Heilige Geestgasthuis, dat we in diverse Europese steden terugvinden.
[bewerken] Gasthuizen per plaats
[bewerken] Amsterdam
In Amsterdam bevond zich het Binnengasthuis bij de Grimburgwal. Voor de alteratie in 1578 waren hier het Oude en Nieuwe Nonnenklooster, nadien het Sint Pietersgasthuis. Sinds de opening van het Buitengasthuis in 1635, werd het oorspronkelijke gasthuis Binnengasthuis genoemd. In 1981 verhuisde het Binnengasthuis, samen met het Wilhelminagasthuis, naar het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam Zuidoost. Sindsdien is het terrein van het Binnengasthuis grotendeels in gebruik bij de Universiteit van Amsterdam.
[bewerken] Arnhem
[bewerken] Groningen
In Groningen zijn vele gasthuizen te vinden.
In alfabetische volgorde: Aduardergasthuis, Affien Olthofsgasthuis, Juffer Tette Alberdagasthuis, Sint Anthonygasthuis, Gerarda Cockinghagasthuis, Corneliagasthuis, Doopsgezind Gasthuis, Jacob- en Annagasthuis, Jan Luitjes of Jannes Baroldigasthuis, Latteringegasthuis, Juffer Margarethagasthuis, Sint Martinusgasthuis, Middengasthuis (één aan de Kleine Rozenstraat en één aan de Grote Leliestraat), Pelstergasthuis, Pepergasthuis, Pieternellagasthuis, Remonstrants Gasthuis, Schoonbeeks of Wytzesgasthuis, St. Annengasthuis, Typografengasthuis, Ubbenagasthuis, Anna Varwersgasthuis, Gasthuis voor den Werkende stand en Zeylsgasthuis.
[bewerken] 's-Hertogenbosch
Groot Ziekengasthuis, locatie van het Jeroen Bosch ziekenhuis.
[bewerken] Utrecht
In Utrecht werden zieke smeden gedurende vele eeuwen verzorgd en verpleegd in (de directe omgeving van) het eigen gildehuis, het thans nog bestaande Sint Eloyen Gasthuis.
[bewerken] Zwolle
In Zwolle bevindt zich het Pestengasthuis dat haar naam heeft ontleend aan het feit dat hier mensen met de pest werden behandeld.
