Zorgverzekering (Vlaanderen)
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
De Vlaamse zorgverzekering is een wettelijk verplichte, bijkomende verzekering voor personen woonachtig in het Vlaams Gewest (België) die op 1 oktober 2001 werd ingevoerd. Wie in Brussel woont kan ervoor kiezen om zich bij een zorgkas aan te sluiten, maar hoeft dit niet. Ze heeft enkel betrekking op niet-medische hulp- en dienstverlening.
De Vlaamse Zorgverzekering is opgezet door het Vlaams Gewest, dat hiermee de gevolgen van de vergrijzing wilde opvangen. Wallonië en Brussel hebben soortgelijke regelingen niet ingevoerd.
De regeling heeft politiek nogal wat opschudding veroorzaakt. De Franse Gemeenschap vond de regeling discriminerend en is bovendien bang dat zij de opmaat vormt voor een volledig gescheiden sociale verzekering en dus (uiteindelijk) een nieuwe stap naar de opdeling van België.
De term dient niet te worden verward met de Nederlandse zorgverzekering, die betrekking heeft op de verplichte ziektekostenverzekering in Nederland.
Inhoud |
[bewerken] Wie hebben recht op uitkering
Hierdoor kunnen zwaar zorgbehoevenden die thuis verzorgd worden en personen die in een rusthuis, een verzorgingstehuis of een psychiatrisch verzorgingstehuis verblijven een forfaitaire uitkering ontvangen indien voldaan is aan onder andere de voorwaarden:
- Ernstig en langdurig zorgbehoevend zijn;
- In Vlaanderen of Brussel wonen (aanvankelijk slechts Vlaanderen);
- De laatste 5 jaar ononderbroken in Vlaanderen of Brussel wonen ofwel ononderbroken sociaal verzekerd zijn in een lidstaat van de Europese Unie (EU) of in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER) (voor 2002 was de eis tenminste 5 jaar in Vlaanderen wonen);
- Aangesloten zijn bij een zorgkas;
- Geen aanvraag hebben ingediend bij een andere zorgkas;
- Voor residentiële zorg dient men te verblijven in een erkende residentiële voorziening.
[bewerken] Wie is premieplichtig
De verzekering is verplicht voor iedereen die in het Vlaams Gewest woont en ouder dan 25 jaar is, maar men kan kiezen bij welke zorgverzekeraar men zich aansluit. Meestal zal de eigen mutualiteit verzekerden benaderen met een uitnodiging zich aan te sluiten. Wanneer niet wordt gereageerd wordt de verzekerde ambtshalve bij de Vlaamse Zorgkas aangesloten. De bijdrage is in principe 25 euro per jaar (10 euro voor bepaalde categorieën). Wie drie keer na daarom verzocht te zijn door de zorgverzekering niet, onvolledig of te laat betaalt krijgt een bestuurlijke boete van 10 keer de jaarpemie.
Ingeschreven staan bij een gemeente in het Vlaams gewest of Brussel is maatgevend voor de vraag of iemand verplicht is zich aan te sluiten (Vlaanderen) of een keuzerecht hiertoe heeft (Brussel). Een verzekerde die dus minder dan 5 jaar in Vlaanderen of Brussel woont en ook minder dan 5 jaar sociale premies heeft betaald in een EER-land, is wel premieplichtig maar mag geen aanspraak maken op uitkeringen. Walen en grensarbeiders in in Vlaanderen of Brussel werken maar niet wonen hebben in beginsel geen toegang tot de zorgkas. Anderzijds blijven de rechten en plichten voor Vlamingen die in Wallonië of het buitenland werken maar niet wonen onverkort van toepassing. Ook iemand die Vlaanderen verlaat maar zich niet uitschrijft blijft in principe premieplichtig en uitkeringsgerechtigd.
[bewerken] Kritiek
Met name de Franse Gemeenschap heeft verbolgen gereageerd om het initiatief. Volgens het is de regeling discriminerend omdat Walen die in Vlaanderen werken geen aanspraak op de verzekering kunnen maken. Bovendien zou het leiden tot rechtsongelijkheid tussen Vlamingen en Walen. Het Vlaams Gewest heeft hierop gereageerd met de stelling dat andere gewesten dan maar zelf een soortgelijke regeling moeten opzetten, maar heeft uiteindelijk wegens mogelijke strijd met Europees recht de regeling toch moeten verruimen zodat ook Walen in Vlaanderen en Brusselaars toegang hebben tot zorgkasvoordelen.
In 2004 heeft men een aantal regels moeten veranderen wegens klachten dat de regeling discriminerend is, met name het woonplaatsvereiste. Het Europees Hof van Justitie vond de zorgkas namelijk discriminerend, maar liet zich slechts uit over het onderscheid dat hierdoor gecreëerd werd tussen in Vlaanderen of Brussel werkende EU-immigranten die in Vlaanderen of in Wallonië zouden wonen. Over interne Belgische situaties sprak men zich niet uit.
De wachttijd van 5 jaar wekte (en wekt) ook wrevel op bij immigranten die hierdoor de eerste 5 jaar wel moesten meebetalen maar geen recht hadden op uitkering. Recentelijk is het woonplaatsvereiste versoepeld. Wie in Vlaanderen of Brussel woont en 5 jaar sociale premies in een EER-land heeft betaald heeft ook recht op zorgkasuitkering. Op deze manier hebben in principe zowel Walen als buitenlandse immigranten recht op zorgkasvoordelen, mits ze tenminste 5 jaar in Vlaanderen of Brussel wonen of 5 jaar sociale premies hebben betaald in een EER-land. Toch wordt nog steeds onderscheid gemaakt tussen inwonenden enerzijds en zij die van buiten Vlaanderen komen anderzijds, wat nog steeds kan leiden tot potentiële conflicten met Europees recht.
Ten slotte wordt kritiek uitgeoefend op het feit dat de uitkering geen rekening houdt met de werkelijke kosten, het is een forfaitair bedrag. Met andere woorden: een chronisch hulpbehoevende met een inkomen van 1,500 euro per maand en niet-medische kosten van 600 euro per maand ontvangt evenveel als iemand met een inkomen van 15,000 euro per maand en niet-medische kosten van 60 euro per maand. Dit wordt door velen oneerlijk gevonden.
