Ziekenfonds (Nederland)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Het ziekenfonds was een verplichte verzekering voor een Nederlands ingezetene met een inkomen beneden de loongrens en hun gezinsleden. Per 1 januari 2006 is het ziekenfonds afgeschaft en vervangen door de basisverzekering, een verplichte verzekering voor alle ingezetenen.

Inhoud

[bewerken] Indeling

verzekeringschadeverzekeringvariaverzekeringziektekostenverzekeringziekenfonds

[bewerken] Wie hadden er recht op?

Het ziekenfonds was bestemd voor mensen met een relatief laag inkomen en hun gezinsleden zonder eigen inkomen.

Verplicht ziekenfondsverzekerd waren in concreto:

  • Werknemers met lonen onder de ziekenfondsgrens;
  • Hun gezinsleden zonder eigen inkomen;
  • Uitkeringsgerechtigden;
  • Ondernemers met een winst uit ondernemning onder de ziekenfondsgrens. Voor hen gold een speciale regeling bij grote winstschommelingen om te voorkomen dat ze ieder jaar van verzekering moesten wisselen.

Geen recht op ziekenfondsverzekering hadden:

  • Ingezetenen zonder inkomen, tenzij zij deel uitmaken van een gezin waarvan de hoofdkostwinner ziekenfondsverzekerd was;
  • Werknemers met inkomens boven de ziekenfondsgrens;
  • Ambtenaren. De overheid had voor ambtenaren een speciale ziektekostenverzekering ontwikkeld.

De ziekenfondsgrens bedroeg in 2005 € 33.000. Wie meer verdiende was niet verplicht zich te verzekeren: directe sancties op het niet-verzekerd zijn bestonden niet.

Tot 1986 bestond er ook een vrijwillig ziekenfonds. Deze was voor personen en hun gezinsleden die niet verplicht verzekerd waren, maar geen inkomen boven de ziekenfondsgrens hadden. Tot deze categorie hoorden o.a. ambtenaren. Zij moesten na 1986 een gewone ziektekosten verzekering nemen. De vrijwillige ziekenfondsen werden beheerd door instellingen die ook een verplichte ziekenfondsverzekering voerden.

[bewerken] Premies

De premie werd in drie delen betaald:

  • Nominale premie (circa € 35,00 per maand), die niet van het inkomen afhankelijk was, door de verzekerde zelf;
  • Percentuele premie (circa 1,5%), die wel inkomensafhankelijk was en op het loon werd ingehouden;
  • Het werkgeversdeel (Circa 6,5%), dat de werkgever moest betalen.

[bewerken] Voor- en nadelen

Voordelen van het ziekenfonds waren de behoorlijke dekking voor een relatief lage premie. Ook lage inkomens konden zich verzekeren, wat precies het doel van de regeling was. Het nadeel was het verplichte karakter van de verzekering. De overheid kon de verzekeringsnemer niet dwingen een ziekenfondsverzekering af te sluiten, maar het percentuele deel werd op het loon ingehouden en zou niet worden teruggegeven. Een ander nadeel was het feit dat het percentuele deel, wanneer het inkomen te veel steeg, ongemerkt toch erg veel ging worden. Verder was het voor verzekerden met bijbaantjes en ondernemeers met wisselende inkomens erg vervelend om steeds van verzekering te moeten wisselen.

[bewerken] Onrechtmatig in het ziekenfonds

Het kon verleidelijk zijn om ziekenfondsverzekerd te blijven als men er geen recht meer op heeft. Mocht een verzekeringsmaatschappij hierachter komen, dan kon in Nederland met terugwerkende kracht een boete van € 95,54 voor een volwassene en € 47,77 voor een kind per maand worden opgelegd. Op het particulier verzekerd zijn terwijl men in het ziekenfonds had gemoeten stond geen sanctie, omdat de "boete" bestaat in de ingehouden premie op het loon. In beide gevallen zou een verzekeraar echter zeer moeilijk doen bij het indienen van een claim, of deze weigeren.

[bewerken] Ziekenfondskaart

Voor iedere ziekenfondsverzekering werd ieder jaar een ziekenfondskaart afgegeven. Dit was het bewijs van verzekering, dat bij ieder bezoek aan een arts of paramedicus overlegd moest worden.

[bewerken] Zie ook

Persoonlijke instellingen
Boek maken
in andere talen