Sonde (medisch)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Een sonde is een hulpmiddel om vloeibare voeding toe te dienen aan mensen die niet op een normale manier kunnen eten of drinken. Een sonde kan ingebracht worden via de neus. Een sonde kan ook via de huid rechtstreeks in de maag geplaatst worden. Dit wordt een PEG-sonde genoemd.

Inhoud

[bewerken] Sonde

Een maagsonde is een dunne slang van ± 110 – 125 cm die wordt ingebracht voor het geven van sondevoeding wanneer de patiënt door bijvoorbeeld neurologische problemen heeft, ondervoed is geraakt en niet meer zelf voeding tot zich kan nemen. De maagsonde wordt ingebracht door de neus. Bij de patiënt geeft dit reacties als tranende ogen, kokhalzen en misselijkheid. Het is voor de patiënt moeilijk deze reacties te beheersen. Stop als de patiënt moet kokhalzen, let op tekenen van benauwdheid en/ of hoesten. Het uiteinde van de sonde dient op de bodem van de maag te liggen.

De keuze van de sonde is afhankelijk van de te verwachten gebruiksduur, leeftijd / lichaamsbouw van de cliënt en de te gebruiken voeding en medicatie. PVC (Poly Vinyl Chloride), is alleen geschikt voor kortdurend gebruik, door inwerking van maagzuur wordt de tip hard in 7-10 dagen. PUR (Poly Urethaan), soepel is vervaardigd van glad materiaal. PUR heeft een geleidingsdraad om inbrengen te vergemakkelijken. Maagsondes van p.v.c. moeten na 10 dagen verwisseld worden om te voorkomen dat de sonde te hard wordt en beschadigingen gaat geven in het lichaam. Sondes van poly-urethaan mogen maximaal 6 weken blijven zitten.

Verschillende vormen van sondes zijn:

  • PEG sonde: in de maag (operatief)
  • Maagsonde: sonde in de maag, ingebracht via de neus
  • Sonde voor maagspoelen: charriëre van 28 of 35, gebruikt bij maagspoelen ingeval van medicijnintoxicatie (vooral gebruikt op SEH)
  • Sonde voor maaghevelen: meestal gebruikt na operaties en bij sommige maagonderzoeken. Ook geschikt voor toedienen van sondevoeding, vooral in situaties waarbij de patiënt kan gaan braken (bijvoorbeeld bij neurologische patiënten). Deze sondes hebben een dubbel kanaal waardoor vastzuigen aan de maagwand voorkomen wordt.
  • Duodenumsonde: sonde, ingebracht via de neus, in de 12-vingerige darm. Na inbrengen controle met röntgenfoto.
  • Jejenumsonde: sonde, ingebracht via de neus, in de dunne darm. Na inbrengen controle met röntgenfoto.

[bewerken] Complicaties

Beschadiging van het slijmvlies, aspiratie(pneumonie), benauwdheid, onrust, longontsteking t.g.v. inbrengen in luchtpijp, maagslijmvliesbeschadiging door aanprikken met sondepunt of te krachtig opzuigen van maaginhoud(bloeding) en decubitus neuswand (in geval de neussonde in de neus blijft.

[bewerken] Soorten sondevoeding

  • standaard sondevoeding
  • eiwitverrijkte sondevoeding: bij grote wonden / veel vochtverlies
  • vezelverrijkte sondevoeding: bij moeilijke stoelgang / obstipatie
  • energieverrijkte sondevoeding: bij veel energieverlies / breuken
  • energie en vezelverrijkte sondevoeding
  • hypoallergene sondevoeding: bij overgevoeligheid voor bepaalde voedingsstoffen

[bewerken] Manier van toedienen

Sondevoeding wordt meestal druppelsgewijs via een voedingspomp toegediend. Een andere manier van toedienen is het via een spuit in laten lopen van de voeding. Dit kan een paar maal per dag gebeuren. Frequentie van toedienen varieert van 2 tot 6 keer per dag.

Persoonlijke instellingen
Boek maken